Welstand: het hoe en wat

De gemeente Kerkrade vindt het belangrijk dat de gemeente mooi en groen blijft. Dit wordt in vakjargon "een hoge ruimtelijke kwaliteit" genoemd. Daarom wordt een bouwplan niet alleen op veiligheid en duurzaamheid getoetst maar ook aan welstandseisen. De Welstandscommissie toetst bouwplannen aan welstand.

Met welstand stelt de gemeente eisen aan het uiterlijk van een bouwwerk. Hiermee wordt aangegeven of een bouwwerk in de omgeving past en of het karakter van de buurt intact blijft. Bij iedere aanvraag voor een bouwvergunning wordt beoordeeld of het betreffende bouwwerk voldoet aan de "redelijke eisen van welstand". Op deze pagina vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

Verplicht door de woningwet
De Woningwet schrijft voor dat iedere gemeente in Nederland een eigen welstandsbeleid moet hebben vastgesteld. Bouwaanvragen worden hieraan getoetst. Alleen op die manier kan een toekomstige bouwer vóór het indienen van een bouwplan op de hoogte zijn van alle regels waaraan het ontwerp moet voldoen. Als de welstandscriteria vroegtijdig duidelijk zijn, wordt het gemakkelijker voor burgers om de ruimtelijke kwaliteit van hun leefomgeving in stand te houden.

Het Welstandsraadpleegsysteem
Een inwoner van de gemeente Kerkrade die wil bouwen of verbouwen weet meestal niet waar de Welstandscommissie op toetst. Dit leidt tot veel loketvragen en eventueel extra werk als gevolg van noodzakelijke aanpassingen in de bouwaanvragen. De Woningwet heeft onder meer tot doel de welstandstoets voor burgers inzichtelijker en transparanter te maken. Los van het feit dat u als burger uw huis uit moet om de rapportage in het stadskantoor te kunnen inzien, blijken welstandsnota's in rapportagevorm lastig te lezen te zijn. Onder meer doordat de Woningwet onderscheid maakt tussen vergunningvrije, licht vergunningplichtige en regulier vergunningplichtige bouwwerken.

Afhankelijk van de aard van een bouwvoornemen en de lokatie moet iemand rekening houden met specifieke sneltoetscriteria, al dan niet gebiedsgericht gespecificeerd, of met gebiedsspecifieke criteria voor de reguliere bouwplantoets. Een doordat voor veel bouwplannen sneltoetscriteria gelden, resulteert dit in de praktijk in behoorlijk dikke en weinig toegankelijke boekwerken. Een en ander maakt de welstandstoets voor burgers allerminst inzichtelijk en transparant.

Door de gemeente Kerkrade is dan ook het Welstandsraadpleegsysteem geïmplementeerd, welk systeem antwoord geeft op relevante vragen die iemand zichzelf stelt wanneer die gaat bouwen of verbouwen. Opgesteld vanuit het perspectief van de burger, want iemand die wil bouwen of verbouwen wil zo gericht mogelijk weten waar hij of zij aan toe is.

Hoe werkt het Welstandsraadpleegsysteem?
Het eenvoudig te bedienen programma is toegankelijk via internet. Klik hier voor het welstandsraadpleegsysteem. De opbouw van het systeem is als volgt:

  • Algemene bouwinformatie
  • Zoeken op welstandscriteria; hier vindt u drie knoppen: zoeken via adres, zoeken via kaart of zoeken via soort bouwplan
  • Zoeken op monumenten; ook hier drie knoppen: zoeken via adres, via kaart en via monumentenlijst

Na het invoeren van een postcode en huisnummer wordt u aan de hand van praktische vragen door een bouwvoornemen geleid. Gewoon vanachter de eigen pc, thuis of elders. Het resultaat is een gerichte uitspraak over de aard van de noodzakelijke bouwvergunning (regulier, licht of vergunningvrij) en de relevante welstandscriteria die voor het bouwplan gelden. Uiteraard geeft het systeem desgewenst een toelichting op de criteria en de verkregen informatie kan eenvoudig worden afgedrukt.

Wie gaat over welstand?

1. Vaststelling door de gemeenteraad
De Welstandscommissie beoordeelt of bouwplannen voldoen aan welstandscriteria. De Woningwet stelt een zogenaamde welstandsnota als voorwaarde voor het uitvoeren van welstandstoezicht. Na vaststelling door de gemeenteraad kan de welstandsbeoordeling alleen worden gebaseerd op de criteria die in deze welstandsnota zijn genoemd. De welstandscriteria vormen een stelsel van beleidsregels waarbinnen het College van burgemeester en wethouders het welstandstoezicht moet uitvoeren. De gemeenteraad bepaalt in deze welstandsnota wat de redelijke eisen van welstand in Kerkrade inhouden. Deze kaders worden door de Welstandscommissie gebruikt om de welstandstoets uit te voeren.

Na de vaststelling van de welstandsnota zal de werking ervan jaarlijks in de gemeenteraad worden geevalueerd op basis van het jaarverslag van de Welstandscommissie en een rapportage van het College van B&W over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan het welstandstoezicht. Deze evaluatie is wettelijk verplicht. Naar aanleiding hiervan kan de gemeenteraad besluiten dat aanpassing van de welstandsnota noodzakelijk is. Daarbij bestaan altijd inspraakmogelijkheden voor de inwoners van Kerkrade, waardoor er een maatschappelijke discussie ontstaat over de inhoud van het welstandsbeleid. De Woningwet beoogt dan ook dat er bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is voor welstand.

2. Uitvoering door het College van burgemeester en wethouders
De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van een bouwvergunning ligt bij het College van B&W. Het College heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen criteria. Het advies van de onafhankelijke en deskundige Welstandscommissie speelt daarbij een belangrijke rol.

Bij een reguliere bouwaanvraag zal het College van B&W advies vragen aan de Welstandscommissie, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de aanvraag reeds op een andere grond moet worden geweigerd. Er wordt niet op welstand getoetst als het een tijdelijke vergunning betreft of de aanvraag alleen betrekking heeft op interne wijzigingen van het bouwwerk (met uitzondering van een monument).

Bij lichte bouwvergunningen vraagt het College van B&W in principe geen advies aan de Welstandscommissie, voorzover de sneltoetscriteria van toepassing zijn. In principe toetst een gemeente-ambtenaar een aanvraag voor een lichte bouwvergunning aan deze sneltoetscriteria. Wanneer het bouwplan niet voldoet aan de sneltoetscriteria omdat de kwaliteit onder de maat is, wordt een negatief welstandsadvies afgegeven. Alleen als een bouwplan van uitzonderlijke kwaliteit is, en daardoor niet voldoet aan de sneltoetscriteria, kan de bouwaanvraag nogmaals worden beoordeeld, ditmaal door de Welstandscommissie.

Het College van B&W volgt in haar oordeel in principe het advies van de Welstandscommissie. Hierop is een aantal uitzonderingen mogelijk:

  • Het College van B&W kan op inhoudelijke grond gemotiveerd afwijken van het advies van de Welstandscommissie indien zij tot het oordeel komt dat de Welstandscommissie de welstandscriteria niet juist heeft geïnterpreteerd of niet de juiste criteria heeft toegepast. Het College wijkt in dat geval af op basis van de beleidskaders zoals geschreven in het welstandsbeleid. Hierbij is overleg met de Welstandscommissie gewenst.
  • Het College kan op advies van de Welstandscommissie afwijken van de welstandscriteria met een zgn. hardheidsclausule. Dit kan gebeuren bij plannen die niet voldoen aan de vastgestelde gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria maar wel aan de redelijke eisen van welstand. Hiermee kan het College van B&W plannen met een hoge architectonische kwaliteit, die niet voldoen aan het welstandsbeleid, toch toestaan binnen de gemeente Kerkrade.
  • Het College van B&W heeft voorts de mogelijkheid om een bouwvergunning te verlenen ondanks dat deze in strijd is met de redelijke eisen van welstand, indien zij van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijv. van economische of maatschappelijke aard.

De Welstandscommissie kent geen bezwaarprocedure voor belanghebbenden omdat tegen het advies van de Welstandscommissie geen bezwaar kan worden gemaakt. Wel kunnen belanghebbenden binnen zes weken bezwaar indienen tegen het besluit van het College van B&W op de aanvraag voor een bouwvergunning.

Het College van B&W kan op inhoudelijke grond tot een ander oordeel komen dan de Welstandscommissie. Dan is er de mogelijkheid tot een heroverweging. Dit gebeurt in incidentele gevallen waarbij aanvullende planinformatie beschikbaar komt.

Het College van B&W stelt jaarlijks een verslag op voor de gemeenteraad over de wijze waarop zij met haar welstandstoezicht is omgegaan. Het jaarverslag gaat over:

  • Op welke wijze het College is omgegaan met de adviezen van de Welstandscommissie;
  • Bij welke excessen het College op basis van het welstandsbeleid tot aanschrijving en/of toepassing van bestuursdwang is overgegaan;
  • Hoe het gemeentelijk welstandsbeleid functioneert en of dit moet worden bijgesteld.

3. Advisering door de Welstandscommissie
Het College van B&W besluit over het afgeven van een bouwvergunning, de Welstandscommissie adviseert het College over welstand.

De Welstandscommissie brengt heldere en goed beargumenteerde schriftelijke adviezen uit aan het College van B&W over de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in het welstandsbeleid.

Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben:

Een positief advies

De Welstandscommissie is van oordeel dat het plan volgens de welstandscriteria voldoet aan redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de Welstandscommissie haar advies schriftelijk.

Een negatief advies, tenzij:

De Welstandscommissie adviseert negatief tenzij voldaan wordt aan de voorwaarden zoals de Welstandscommissie - verwijzend naar de welstandscriteria - heeft geformuleerd. De commissie geeft nauwkeurig aan welke onderdelen van het plan gewijzigd moeten worden. De aanvrager krijgt vervolgens de gelegenheid zijn plan aan te passen, voorzover de gemeente van oordeel is dat dit nog binnen de resterende aanvraagtermijn kan worden gerealiseerd. Het College van B&W kan ook besluiten om de voorwaarden van het welstandsadvies op te nemen in de bouwvergunning.

Een negatief advies 

De commissie is van oordeel dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een negatief welstandsadvies betekent dat een bouwplan moet worden gewijzigd. Adviseert de commissie negatief dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering.

Aanhouden

De Welstandscommissie kan het advies aanhouden wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper noodzakelijk is, waarbij de gemeente Kerkrade aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende aanvraagtermijn.

4. Taken en samenstelling van de Welstandscommissie
De taken van de Welstandscommissie kunnen als volgt worden samengevat:

  • Toetsing van regulier vergunningplichtige bouwwerken

De Welstandscommissie adviseert het College van B&W over de welstandsaspecten van een reguliere aanvraag om een bouwvergunning. Dit gebeurt binnen 3 weken na de welstandsvergadering, tenzij het College een langere termijn toestaat. Het College van B&W besluit binnen 13 weken over het verlenen van de reguliere bouwvergunning.

  • Toetsing van licht-vergunningplichtige bouwwerken

Op basis van de sneltoetscriteria krijgt het College van B&W de bevoegdheid om aanvragen voor een lichte bouwvergunning ambtelijk af te doen. In sommige gevallen maar in ieder geval wanneer een aanvraag niet voldoet aan de sneltoetscriteria vanwege een hogere ruimtelijke kwaliteit, of als er geen sneltoetscriteria van toepassing zijn, adviseert de Welstandscommissie. Dit gebeurt binnen 1 week na de welstandsvergadering, tenzij het College van B&W een langere termijn toestaat. Het College van B&W besluit binnen 6 weken over het verlenen van de lichte bouwvergunning.

  • Jaarverslag Welstandscommissie

De Welstandscommissie biedt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag aan over de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij de welstandscriteria heeft toegepast. Ook wordt de werkwijze van de commissie vermeld en wordt inzicht geboden in het aantal bouwplannen dat behandeld is in dat jaar.

De gemeenteraad benoemt de Welstandscommissie. Vanzelfsprekend heeft de Welstandscommissie een voorzitter en een secretaris met elk hun specifieke kennis. Daarnaast worden de reguliere disciplines vertegenwoordigt: architectuur, stedenbouw, cultuurhistorie, de inrichting van de openbare ruimte. Door deze samenstelling is een integrale beoordeling mogelijk.

De Welstandscommissie vergadert 1 keer per 3 weken. De vergaderingen zijn openbaar. De vergaderdata worden vooraf gepubliceerd in de Zuid-Limburger. Opdrachtgevers en ontwerpers worden in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan in de Welstandscommissie bij te wonen en toe te lichten. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.

De sneltoetscriteria
Met de sneltoetscriteria kan een toekomstige bouwer zelf zien of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Wie volgens de sneltoetscriteria bouwt, doet het in ieder geval goed en krijgt een positief welstandsadvies.

Sneltoetscriteria gelden alleen voor bouwwerken met een lichte bouwvergunning. Op www.vrom.nl/bouwvergunningen_online kunt u zien of uw bouwwerk valt onder een lichte vergunning.

Voor kleinere bouwwerken is vaak een lichte bouwvergunning voldoende. Ook deze aanvragen worden op welstand getoetst. Om helder en inzichtelijk te maken wanneer zo'n bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand, zijn sneltoetscriteria opgesteld. Omdat sneltoetscriteria voor iedereen op dezelfde manier moeten worden begrepen, zijn deze zo objectief mogelijk opgesteld. Welke sneltoetscriteria er gelden voor een bouwwerk hangt ten eerste af van het welstandsniveau. Niet overal is een gelijke ruimtelijke kwaliteit aanwezig; daarom gelden niet overal gelijke sneltoetscriteria.

De sneltoetscriteria voor de voor- en achterzijde van een gebouw zijn meestal niet gelijk. De voorkant van het gebouw is een deel van de publieke ruimte van de stad. Deze kant is voor veel mensen zichtbaar en daardoor van een groter algemeen belang dan de achterzijde, waarop mensen minder zicht hebben. Daarom gelden er meer en strengere criteria voor de voorkant dan voor de achterkant. Het zijerf of de achterkant grenst soms aan de openbare weg of aan het openbaar groen. Wanneer dat het geval is, gelden de criteria die ook voor de voorzijde gelden. Hierbij gelden de definities uit de Woningwet.

De sneltoetscriteria hebben betrekking op de plaats, de maatvoering, het materiaal en de kleur en de vormgeving van een bouwwerk. Het bestemmingsplan is maatgevend voor de plaats en de maatvoering van een bouwwerk; de sneltoetscriteria zijn aanvullend hierop. Het is dan ook van belang om naast het welstandsbeleid ook het bestemmingsplan in acht te nemen. Daarnaast is het van belang dat de bouwwerken zoveel mogelijk aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw. Omdat dit niet te verwoorden is in objectieve sneltoetscriteria, geldt dit als een algemeen uitgangspunt. Wanneer een bouwwerk beoordeeld wordt door de Welstandscommissie, zal deze ook letten op dit architectuuraspect.

Of een plan voldoet aan de omschreven sneltoetscriteria, kan door een ambtenaar snel worden getoetst, vandaar de naam sneltoetscriteria. De sneltoetscriteria werken als volgt:

  • Voldoet het bouwplan aan een trendsetter?

De gemeente streeft in het algemeen naar gemakkelijke procedures en eenheid in de omgeving. Daarom is het in sommige gevallen belangrijk dat een nieuw bouwwerk gelijk is aan een reeds bestaand bouwwerk. Het al aanwezige bouwwerk kan, als het voldoet aan alle kwaliteitseisen, worden aangewezen als "trendsetter". Dit gebeurt door het College van burgemeester en wethouders, na advisering van de Welstandscommissie. Wanneer een bouwplan voldoet aan de plaatsing en vormgeving van een trendsetter wordt automatisch een positief welstandsadvies afgegeven.

  • Voldoet het bouwplan aan de sneltoetscriteria?

Als een bouwplan niet voldoet aan de vormgeving en de plaatsing van een trendsetter of er geen trendsetter beschikbaar is, gelden de sneltoetscriteria. De sneltoetscriteria vormen voor de welstandsbeoordeling de minimale kwaliteitseisen: beter mag, slechter niet. Wanneer het bouwplan niet voldoet aan de sneltoetscriteria omdat de kwaliteit onder de maat is, wordt een negatief welstandsadvies afgegeven.

  • Voldoet het bouwplan aan de redelijke eisen van welstand?

Wanneer een bouwplan nioet voldoet aan de sneltoetscriteria omdat de kwaliteit beter is dan wordt geeist, betekent dit dat het bouwplan wordt voorgelegd aan de Welstandscommissie. De Welstandscommissie maakt gebruik van de gebiedscriteria. Deze procedure geldt alleen voor bouwplannen met een hogere of vernieuwende ruimtelijke kwaliteit dan geëist wordt in de sneltoetscriteria. In bepaalde gevallen toetst de Welstandscommissie altijd een bouwplan. Dit is het geval bij bouwplannen die een belangrijke invloed hebben op de openbare ruimte.